Glenmorangie Astar

Glenmorangie Astar

glenmotrangie astar

Het begon op Morangie Farm, waar in 1738 een bierbrouwerij werd gebouwd. Deze brouwerij betrok water van dezelfde bron als waarvan de Glenmorangie-distilleerderij tot op de dag van vandaag het water gebruikt. Het water van deze bron, de Tarlogie Spring, werd in het verleden op de boerderij ook voor andere doeleinden gebruikt, namelijk voor het aandrijven van een zaagmolen, het kleuren van wol en het maken van verf. In oude documenten is terug te vinden dat er al in 1640 rond de plaats Tain werd gedistilleerd en dat er verschillende brouwerijen en distilleerderijen in het diepste geheim gebruik maakten van de bron.

William Matheson, boer en destijds eigenaar van Morangie Farm, kreeg in 1843 een vergunning om te distilleren. De oude brouwerij werd omgebouwd tot distilleerderij, en zo begon de distilleerderij die nog altijd de naam van de boerderij draagt.

In 1887 werd de Glenmorangie Distillery Company Ltd opgericht en werd de gehele distilleerderij herbouwd. Dat gebeurde zo drastisch dat Glenmorangie van de oudste en meest vervallen distilleerderij van Schotland in die tijd veranderde in de meest moderne. De stills werden indirect met stoom verwarmd door de stoom door een spiraal in de still te laten lopen. In die tijd werden alle stills in Schotland nog direct met kolen of met gas verwarmd. Een andere bijzonderheid was het ontwerp van de nieuwe stills, nog steeds de hoogste in de Schotse whisky-industrie. Die enorme hoogte zou ervoor zorgen dat er een zuiverder eindproduct ontstaat omdat de zwaardere alcoholen weer naar beneden vallen en de kromming boven aan de hals niet bereiken.

Net voor de Eerste Wereldoorlog, toen het een stuk slechter ging in de Schotse whisky-industrie, werd Glenmorangie verkocht aan Macdonald & Muir (40%), destijds blender en de beste klant van de single malt van Glenmorangie, en Mr. Durham (60%), een whisky-broker (makelaar). Tussen 1925 en 1930 kocht Macdonald & Muir Mr. Durham uit. Na de Eerste Wereldoorlog, in 1919, was de productie als vanouds, maar in januari 1920 begon in de V.S. de drooglegging. In diezelfde tijd werden de belastingen verhoogd.

Die twee dingen bij elkaar maakten dat de distilleerderij van maart 1931 tot november 1936 de productie moest staken. Na heropening ging het nog steeds moeilijk, en tussen 1941 en 1944, tijdens de Tweede Wereldoorlog, moest Glenmorangie opnieuw dicht wegens het gebrek aan gerst. Pas in 1948 was de productie weer op het niveau van voor de beide oorlogen. In de jaren ’60 en ’70 werd de distilleerderij grondig gerestaureerd. De moutvloeren verdwenen en het aantal stills werd in 1980 verdubbeld tot vier.

Enkele jaren later werden de landerijen van Morangie Farm, waar ook de Tarlogie Spring zich bevindt, gekocht om zo de kwaliteit van het water te waarborgen. In 1990 werd het aantal stills uitgebreid tot acht, alle in dezelfde vorm als de stills die in 1887 waren gebouwd. Tot grote verbazing van iedereen zette de familie MacDonald op 24 augustus 2004 52% van de aandelen in de Glenmorangie Group Plc te koop. Het lag het meest voor de hand dat het Amerikaanse Brown-Forman (eigenaar van o.a. Jack Daniels) deze aandelen zou kopen, daar het al een aandelenpakket van 16% bezat. In oktober van hetzelfde jaar kreeg echter het Franse LVMH Moët Hennessy-Louis Vuitton de aangeboden aandelen in handen

kleur: licht goud
geur: fris, boterachtig, vanille, witte chocolade en zoete mout
smaak: vanille, lekker zoet en heel fruitig, eikenhout, graan en cacao
finish: een heerlijk lange en zachte afdronk met honing en tropisch fruit
.